Gedetailleerd profiel van dit ras: herkomst, jaar van ontstaan, erkende variëteiten en officiële goedkeuringen.
Rasoverzicht
De Kleine hangoor is een klein, hangoorig konijnstype: compact, laag bij de grond, met kenmerkende hangende oren en een zachtaardig karakter, populair als huisdier en op tentoonstellingen. Kwalitatief is het een 'cobby' bouw (kort, gespierd lichaam) met een brede kop en vriendelijke aard. Kwantitatief ligt het volwassen gewicht doorgaans ongeveer tussen 2,0 en 4,0 kg (verschilt per nationale standaard), de lichaamslengte ongeveer 30–40 cm, de levensverwachting meestal 5–9 jaar en een gemiddelde worp van ongeveer 4–8 jongen.
Gedetailleerde herkomst
De exacte herkomst van de Kleine hangoor is niet volledig gedocumenteerd; het verdient de voorkeur geen oncontroleerbare feiten te presenteren. In algemene termen werd dit kleine hangoordtype in de 20e eeuw in West-Europa ontwikkeld door kruisingen van grotere hangoorrassen met kleinere rassen, met als doel neerhangende oren te combineren met een compacte bouw. Kwalitatief werd geselecteerd op oorhouding, kopvorm en compacte lichaamsbouw. Kwantitatief vond dit selectiewerk plaats over meerdere decennia (voornamelijk in de 1900s), met duidelijke vermindering van de afmetingen ten opzichte van de grotere voorouders.
Gedetailleerde beschrijving
Morfologie: compact, cobby lichaam met brede borst en afgeronde rug; brede kop met typisch 'bélier'-profiel; oren hangen langs de wangen. Kwalitatief is de vacht van gemiddelde dichtheid, kort tot middellang; karakter meestal rustig, aanhankelijk en sociaal bij goede omgang. Kwantitatief: volwassen gewicht circa 2,0–4,0 kg; oorlengte (langs de buitenboog gemeten) vaak ongeveer 15–25 cm afhankelijk van individu en variant; schouderhoogte vaak ongeveer 18–25 cm. Voortplanting en verzorging: gemiddelde worp 4–8 jongen, geslachtsrijp rond 4–6 maanden, draagtijd ≈28–31 dagen. Huisvesting: hooi vormt het grootste deel van het dieet (≈70% van het volume), aangevuld met verse groenten en gecontroleerde brokvoeding; dagelijkse beweging (minstens 1–2 uur buiten verblijf) en wekelijkse vachtverzorging met regelmatige controle van de oren op vocht of infectie. Kleurvariëteiten zijn talrijk; exacte rasnormen verschillen per land.